Huisregels
Voor kinderen, ouders en stagiaires
Halen en brengen
- 1. sneeuw: wanneer er buiten sneeuw ligt kan deze onder de schoenen mee naar binnen worden gebracht. Wanneer de vloer nat wordt door de dooiende sneeuw, kan deze glad worden en wordt de kans vergroot dat kinderen uit zullen glijden. Schoenen goed uitkloppen in portaal, of schoenen uitdoen.(evt. kunnen ouders er voor kiezen om pantoffels mee te nemen)
- 2. deuren: ouders en kinderen doen altijd langzaam de deur open en kijken of er geen kinderen bij de deur zitten. Sluit de deur altijd achter je zodat er niet ongemerkt kinderen via de open deur naar de gang gaan.
- 3. Buitendeur en poort: Ouders zijn er zeer alert op dat ze de buitendeur goed dicht doen en dat zij de poort goed sluiten. Kind veilige sluitingen werken nl. alleen maar als het hekje en de deur door volwassenen ook goed wordt gesloten. Ouders dragen er ten alle tijden zorg voor dat de grote en kleine poort met beleid worden geopend en gesloten. Dit in verband met nog slapende buren en/of kinderen.
Slaapkamer
- 1. Bedjes: bedjes worden kort opgedekt, zodat de kans dat een kindje onder de dekens terecht komt wordt verkleind. Daarnaast is er regelmatig toezicht op de bedjes, daar de bedjes via de deurpost goed in het zicht zijn.
- 2. Lopen: kinderen lopen rustig in de slaapkamer
- 3. Warmtestuwing: om warmtestuwing bij kinderen te voorkomen, worden kinderen tijdens warme dagen, of wanneer een kind koorts heeft, niet te warm aangekleed, zodat het kind goed de warmte kwijt kan. Bij twijfel wordt de temperatuur van de kinderen die slapen gecontroleerd door te voelen aan de voeten. Bij koorts wordt extra gecheckt, d.m.v een thermometer. Doormiddel van natuurlijke ventilatie via de ventilatieroosters worden de slaapkamers voorzien van voldoende verse lucht.
- 4. Lichtinval; Ik draag er zorg voor dat de slaapkamer voldoende zicht heeft, zowel voor het kind als voor mij zelf. Op deze wijze wordt stoten voorkomen. De lichtinval kan geregeld worden via de rolgordijntjes. Tijdens het naar bed brengen van de kinderen doe ik de lamp aan, zodat ik voldoende zicht heb om de kinderen goed in bed liggen.
- 5. Beleid ter voorkomen van wiegendood:
Ik laat de kinderen altijd op hun rug slapen, wanneer ouders willen dat hun kind op de buik slaapt, moeten zij hiervoor een akkoordverklaring tekenen.
– Voorkomen dat baby’s te warm liggen
– Gebruik geen dekbedje bij baby’s
– Bedjes worden kort opgedekt, zodat de voetjes tegen het voeteneinde liggen. Er word gebruik gemaakt van slaapzakjes.
– Er wordt niet gerookt op de opvanglocatie.
– De kinderen worden regelmatig door mij in de slaapkamer gecheckt.
– Er word gebruik gemaakt van twee babyfoons met camera. - 6. Voorkomen van verslikken: bij speentjes wordt de eventuele speenketting verwijderd, mochten er evt. kralen los raken. Elastiekjes, speldjes e.d. doe ik uit de haren. Aanschaf en onderhoud van de speen is de verantwoordelijkheid van de ouders.
Leefruimte
- 1. Bewegen: Kinderen bewegen zich rustig in de buurt van meubilair. Ik maak kinderen er bewust van dat ze zich anders kunnen stoten en pijn kunnen doen.
- 2. Bewegen: Ik wijs kinderen op bukken tijdens het spelen onder de box, daar ze zich anders kunnen stoten.
- 3. Zitten: wanneer kinderen aan tafel gaan zitten, gaan zij zitten op de bank, of in op de `Trip Trap stoelen`. Ze mogen niet gaan staan op de bank of stoelen, daar de kans op vallen dan toeneemt.
- 4. Klein speelgoed: er wordt niet met klein speelgoed op de grond gespeeld. Dit gebeurd alleen aan tafel als ik erbij ben. Zo wordt voorkomen dat kleine kinderen, kleine onderdelen in de mond kunnen stoppen.
- 5. Speen: aanschaf en onderhoud van de fopspeen is de verantwoordelijkheid van de ouders. Wanneer er scheurtjes in de speen zitten kan het kind nl. het speengedeelte van de speen afbijten en kan dit bij het kind achter in de keel schieten.
- 6. Struikelen: Ik leer de kinderen om eerst iets op te ruimen voordat ze met iets anders gaan spelen. Ik draag er zorg voor dat er niet te veel speelgoed op de grond ligt. Ik en ouders zijn zelf alert en kijken goed uit waar ze lopen, zodat ze niet over speelgoed of over spelende kinderen struikelen.
- 7. Thee: Ik en bezoekers zetten thee niet op tafel, alleen wanneer zij er zelf bij zijn. Anders wordt thee buiten bereik van de kinderen gezet.
- 8. Rennen: kinderen mogen binnen bij Moppies niet rennen, de leefruimte is hier te klein voor.
- 9. Botsen tegen obstakel: Ik maak kinderen ervan bewust wat er kan gebeuren als ze zich druk gedragen en bv. rennen. Ik leer kinderen om rekening te houden met de omgeving en om dus op te letten dat ze bv. niet struikelen of ergens tegen aan botsen.
- 10. Nooduitgang: Ik en ouders maken in geval van nood gebruik van de achterste deur. De voorste deur is niet open i.v.m. de veiligheid voor de kinderen.
- 11. Voorkomen van stikken tijdens eten: voorkomen van stikken tijdens eten: Ik leer kinderen om rustig te eten en om niet de mond vol te proppen met eten, ter voorkoming van verslikken. Per leeftijd wordt bekeken welk eten geschikt is en er wordt niet te vroeg met hard eten gestart. Kinderen zitten altijd (aan tafel) tijdens het eten.
- 12. Openen /sluiten van deuren: Ik en bezoekers openen altijd langzaam de deur en kijkt of er geen kinderen bij de deur zitten. Hierdoor wordt voorkomen dat kinderen met hun hoofd tegen de deur botsen. Tijdens het sluiten van de deur opletten of er geen kinderen bij de deur zitten, zodat ze niet met hun vingers tussen de deur kunnen komen.
Buitenruimte
- 1. Buiten spelen: kinderen spelen altijd onder toezicht buiten.
- 2. Glijbaan:
– glijden van de glijbaan gebeurt altijd onder toezicht.
– Kinderen nemen geen ander spelmateriaal mee op de glijbaan. - 3. Botsen tegen obstakel, speeltoestel of ander kind;
– Ik stimuleer de kinderen om op te letten en goed te kijken waar ze lopen.
– De kleinere kinderen spelen op een speelkleed, op een rustig plekje op het gras in de tuin, zodat zij niet onder de voet worden gelopen.
– Botsen met fietsjes tegen elkaar of tegen voorwerpen aan is niet toegestaan. - 4. Hekje:
– Ik controleer altijd of het hekje goed dicht is voordat de kinderen buiten gaan spelen.
– Kinderen mogen niet aan de sluiting van het hekje komen, ook niet tijdens het halen en brengen met ouders. Ouders leren hun kind niet om zelf het hekje open te maken. Hierdoor kunnen nl. gevaarlijke situaties ontstaan.
– Kinderen mogen niet aan het hek spelen. Ik stimuleer alle kinderen om bij het hek vandaan te blijven. - 5. Badjes: kinderen spelen met zomers weer alleen in en om de badjes onder toezicht van mij.
- 6. Zonnebeleid, ter voorkoming van zonnebrand worden in de zomer bij zonnig weer de volgende regels in acht genomen.
– Kinderen worden voor het buitenspelen ingesmeerd met zonnebrandcrème en daarna zo vaak als nodig, met watervaste zonnebrandcrème factor 40/50, dragen buiten een hoedje wanneer ze deze bij hebben, badjes worden in de schaduw geplaatst, kinderen dragen T-shirt, m.u.v. momenten wanneer ze met water spelen. Bij extreem warm weer wordt in de schaduw onder de parasol gespeeld.
Sanitair kinderen
- 1. Aankleedtafel: Kinderen worden nooit alleen gelaten op de aankleedtafel.
– Ik begeleid het kind altijd tijdens handelingen aan de aankleedtafel.
– Kinderen worden altijd door mij begeleid tijdens het op- en af- klimmen van de aankleedtafel.
– Ik leer kinderen dat zij niet zonder toezicht op de aankleedtafel mogen klimmen.
Keuken
- 1. Verbranden:
– In de leefruimte zijn er geen aanstekers of lucifers aanwezig. Na het gebruik van de verjaardagstaart word deze meteen veilig en hoog in het keukenkastje opgeborgen.
– Thee wordt altijd vastgehouden of buiten bereik van de kinderen weggezet. (Zie leefruimte.) - 2. Verstikking
– Plastic zakken worden bewaard veilig in de kast opgeborgen. In lege (boterham) zakken wordt knoop gelegd voordat ze in vuilnisemmer worden gegooid.
Knutselkast
Kinderen komen niet in de knutselkast naast de wc.
Huisregels met betrekking tot gezondheidsbeleid
- 1. Handhygiëne: Ik draag zorg voor een goede handhygiëne. Het is vrijwel onmogelijk om kinderen na ieder kuchje de handen te laten wassen. Wanneer handen zichtbaar vuil zijn is handen wassen noodzakelijk. Na het toiletgang wordt er altijd handen gewassen.
- 2. Ik was mijn handen na een hoestbui, voor bereiden van voeding, en voor/na het verzorgen van wondjes, na toiletgang en verschonen van kinderen.
o Ik leer de kinderen aan dat ze tijdens hoesten en niezen hun hand of elle boog voor hun mond moeten doen. - 3. Ik laat de kinderen regelmatig hun neus snuiten
- 4. Babyspeelgoed wordt vaak in de mond gestopt, deze worden regelmatig gereinigd.
- 5. Ieder kind wordt met een apart washandje gewassen.
- 6. Ieder kind gebruikt dagelijks een “eigen” slabje, wat niet voor andere kinderen wordt gebruikt. Indien deze vies is, wordt er een schone slab gepakt.
- 7. Er word een akkoordverklaring gebruikt voor het toedienen van geneesmiddelen en zelfzorgmiddelen. Deze dient door ouders zelf te worden ingevuld en te worden ondertekend.
- 8. Wanneer een kind koorts heeft, worden de ouders altijd op de hoogte gebracht ter informatie.
- 9. Het is belangrijk dat ik in geval van ziekte/ ongevallen de ouders kan bereiken. Ik verzoek ouders om altijd aan mij door te geven wanneer ze niet te bereiken zijn en wie ik dan evt. kan bellen.
- 10. Wanneer er besmettelijke ziektes heersen bij Moppies, wordt dit gemeld op de deur.
- 11. Gemiddeld is de temperatuur in de leefruimte 20 graden en in de slaapkamer 17 graden. Dit kan echter verschillen op verschillende momenten op de dag.
- 12. Zwemwater: Waterspeelgoed bestaat vaak uit bakjes, wat aanzet tot het drinken van zwemwater uit de badjes. Hierdoor bestaat een kleine kans dat het kind ziektekiemen binnen krijgt. Ik spreek kinderen erop aan dat ze niet van het water mogen drinken.
- 13. Voeding
o Ik of de Ouders zetten borstvoeding en geopende of zelfgemaakte fruithapjes/groentehapjes bij het brengen van hun kind, in de koelkast, zodat het zolang mogelijk gekoeld blijft.
o Poedermelk wordt in een melkkoker meegebracht, ouders nemen lege fles mee.
o Kinderen drinken niet uit elkaars beker, i.v.m. ziektekiemen. - 14. Kleding
Ouders dragen zorg voor kleding, passend bij het seizoen, zodat kinderen ook buiten kunnen spelen. Denk aan sjaal/handschoenen in de winter, maar ook aan een jas in het voorjaar, of bv. een petje i.v.m. felle zon.